
Wow, wat een dag gisteren. Ik was, samen met een aantal andere gemeentestichters, uitgenodigd voor een bijeenkomst op het Landelijk Diensten Centrum (LDC) van de PKN. Daar hadden wij een ontmoeting met Mevr. Willemze en Ds. Van der Heuvel: twee mensen die mee hebben geholpen om de ‘kerkorde’ van de PKN vorm te geven. De Kerkorde is zeg maar het Burgerlijk Wetboek van de PKN: het beschrijft, in enigszins Juridische vorm, hoe de PKN is georganiseerd, wie wat mag of moet doen, en wat de juiste kerkvormen zijn. De PKN heeft in Nederland 2400 gemeentes, dus om dat goed vorm te geven is een hele klus.
Die kerkorde is dan ook wel een juweeltje. De termen duizelen me allemaal. Ik schat dat hij 200 pagina’s dik is. Echt alles is geregeld; voor mij als gozer uit ‘de vrije sector’ (de evangelische beweging met haar ongebonden kerkvormen) wel even wennen!
Maar nu is er in de PKN echt iets aan het gebeuren! Enerzijds worstelt de PKN nauurlijk met teruglopende bezoekers- en ledenaantallen; anderzijds zijn er ook allerlei nieuwe vormen en uitingen aan het ontstaat. Gemeentestichting is ‘hot’: er zijn meer en meer initiatieven die als zodanig kunnen worden aangemerkt. Tijdens een landelijke ontmoetingsdag afgelopen November werd echter duidelijk dat de huidige kerkorde het deze gemeetestichters niet makkelijk maakt.
Vandaar dat de bijeenkomst gisteren werd georganiseerd. Er lagen eigenlijk twee vragen op tafel: 1. welke mogelijkheden biedt de huidige kerkorde aan gemeentestichters, en 2. op welke manier zou de kerkorde eventueel moeten kunnen worden aangepast om gemeentestichting beter te faciliteren.
De openheid van Mevr. Willemze en Ds. Van der Heuvel was geweldig. Ik zat gewoon te genieten. Dat deze twee mensen, die toch al zoveel gezien hebben, zo open en zo warm dit soort vragen kunnen stellen, en bereid zijn om dit verder vorm te geven (Ds. Van der Heuvel is al met emiritaat!), vond ik hartverwarmend. En het geeft mij ook hoop: hoop dat er steeds meer mogelijk is, en steeds meer plaats voor nieuw leven is in de PKN.
We hebben over van alles gesproken: kerkvormen, beleid, vertegenwoordiging in de classus, bevoegdheden, etc. Om even een tipje van de sluier op te lichten: het lijkt er op dit moment op dat een gemeentestichtingsproject drie vormen kan aannemen:
- Het kan door het leven gaan, of in ieder geval beginnen, als ‘missionair project.’ In dit geval is het onderdeel van een wijkgemeente.
- Het kan een wijkgemeente worden. Een wijkgemeente kan beslissen een nieuwe gemeente te beginnen; de classus kan dat ook. De nieuwe gemeente is dan echter wijk-gebonden.
- Het kan een ‘gemeente van bijzondere aard worden.’ Dan moet een speciale doelgroep worden benoemd.
Maar waar we het gisteren over gehad hebben is de vraag of er niet ook een speciale categorie moet worden gemaakt voor een ‘gemeentestichtingsproject’ met een aantal aparte mogelijkheden. Nou, dat is maar een idee, en natuurlijk moet dat binnen de PKN door de hele kerkgemeenschap en vooral de synode heen, maar toch heel bemoedigend dat dit gesprek er is – en het heeft veel potentieel!
